Ontbindingsclausule
In een vonnis van 13 oktober jongstleden heeft de Audiencia Nacional besloten een clausule inzake contractbeëindiging wegens ondermaatse prestaties, die van toepassing is op callcentermedewerkers, nietig te verklaren. Zij stellen dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen een overeenkomst inzake minimale prestaties en een situatie waarin de werknemer zijn prestaties voortdurend en vrijwillig vermindert.
Wat de Audiencia Nacional aanvoert met betrekking tot de nietigverklaring van de opzeggingsclausule
Het blijkt te gaan om een niet-onderhandelde beëindigingsclausule die door het bedrijf in het document is opgenomen, zodat de werknemer, als hij deze niet aanvaardt, het document niet kan ondertekenen.
De Kamer wijst er met name op dat in de documenten waarin de clausule is opgenomen, deze betrekking heeft op functies waarvoor geen al te hoog opleidingsniveau vereist is, wat betekent dat de kansen op het vinden van een andere baan kleiner zijn. Bovendien is de vrijheid van de werknemer beperkter.
In dat opzicht behoort de functie van callcentermedewerker tot de laagste salarisschaal binnen zijn beroepsgroep, wat ook blijkt uit de indeling in de collectieve arbeidsovereenkomst.
Anderzijds zijn de taken van deze werknemers door de werkgevers strikt vastgelegd. Het is dan ook onaanvaardbaar om een clausule te aanvaarden waarin de prestaties worden vastgesteld op basis van een vergelijkingsmaatstaf van 75 % van de gemiddelde maandelijkse productie die door werknemers van een willekeurige andere dienst wordt behaald.
Dit zorgt ervoor dat het onmiddellijk als een ontbindende voorwaarde fungeert, waarbij geen rekening wordt gehouden met de subjectieve of objectieve factoren die van invloed zijn op het gebrek aan prestaties van een werknemer, in dit geval de callcentermedewerkers.
Is de nietigverklaring van de opzeggingsclausule in het contract onrechtmatig?
Het kan als oneerlijk worden beschouwd om werknemers, die doorgaans minder mogelijkheden op de arbeidsmarkt hebben, te verplichten een verklaring tot nietigverklaring van de opzeggingsclausule te ondertekenen.
Aangezien de werkgever kan overgaan tot een disciplinaire ontslagprocedure wegens slechte prestaties. Dit is overigens een procedure die de werknemer meer waarborgen biedt.
Anderzijds houdt deze gangbare clausule een massale individuele onderhandeling over specifieke arbeidsvoorwaarden in, wat een inbreuk vormt op het recht om collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten.
Het komt er namelijk op neer dat men voorbijgaat aan de vereiste opzettelijkheid die bij slechte prestaties als grond voor een disciplinaire ontslagprocedure geldt, en bovendien worden de wettelijke waarborgen die voor dit contracttype gelden, omzeild.
De omstreden bepaling is volstrekt in strijd met de werkwijze die het Hooggerechtshof hanteert bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst wegens het niet nakomen van de in het contract vastgelegde prestatieverplichting.
Het is namelijk zo dat, ongeacht de omstandigheden, een dergelijke ontbindingsclausule in een contract onvermijdelijk een vergelijkingspunt vereist op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van ondermaatse prestaties, en in dit specifieke geval ontbreekt dat vergelijkingspunt.
Bovendien is de beëindigingsclausule waarover nu wordt gedebatteerd in strijd met het bepaalde in artikel 3.1, onder c, van de Arbeidswet. In wezen wordt hiermee de wil van de partijen als een van de bronnen van de arbeidsovereenkomst vastgelegd.
Tomando en cuenta que no se pueden fijar condiciones menos favorables o que contravengan las disposiciones legales, en perjuicio del empleado.
En este caso le están quitando al trabajador las garantías que, tanto el Convenio Colectivo como la legislación, le confieren para hacer frente a un posible despedido disciplinario por un rendimiento disminuido.




